Watervrees
Refr.
‘k Heb watervrees, ‘k heb watervrees.
Ik weet niet hoe het komt en zelf vind ik het ook wel stom
‘k Heb watervrees, ‘k heb watervrees.
Elke week op zwemles gaan dat is voor mij toch oliedom
1. Alles begon van kindsaf aan
Want wassen in een badje, daar had ik niets aan.
En dat bleef zo maar verder gaan.
Ik kreeg zowaar een hekel aan het water uit de kraan.
2. Een nieuwe duikbril hielp ook niets
En evenmin gaan varen met een waterfiets.
Ik en dat water dat zal nooit gaan:
O ja zo’n watervrees dat is toch wel onaangenaam.
3. Waar kwam die angst nu toch vandaan?
Misschien op consultatie bij een dokter gaan?
Of een bezoek aan ’t Vaticaan?
Mijn vader en mijn moeder dreigden zelfs met levertraan!
Slot
Geen watervrees, geen watervrees!
Ik weet niet hoe het kon dat ik die vrees zo overwon.
Geen watervrees, geen watervrees!
Elke week op zwemles gaan dat is voor mij nu aangenaam!
