Aan de oevers van de Schelde
Liep ik op een mooie lentedag.
Samen met mijn oma die vertelde
Dat ze daar voor ’t eerst mijn opa zag.
Opa was een jonge kerel.
Oma die had vlechtjes in d’r haar
Wand’lend aan de oevers van de Schelde
Bracht de liefde hen daar bij elkaar.
Opa zei: “Oui, je vous aime”.
Oma zei verlegen : “’k Hou van jou.”
Ook al is de Schelde niet de Seine,
Toch beloofden zij hier eeuw’ge trouw.
Nu mijn opa is gestorven,
Is mijn lieve oma heel vaak triest.
Gaat ze even wand’len aan de Schelde
Want het is mijn opa die ze mist.
Want het is mijn opa die ze mist.
Toen Directeur Dirk Lievens me telefonisch contacteerde op een namiddag van een prachtige lentedag in 2013 met de vraag om iets te schrijven voor de dag van het DKO 2014 voor samenzang en strijkers, gaf ik onwetend en enthousiast onmiddellijk een duidelijke ja. Het zou een groots project worden met diverse klassen samenzang begeleid door het strijkorkest van de academie, een soort cantate eigenlijk. Na het telefonisch gesprek werd mijn enthousiaste duidelijke ja in mijn hoofd echter vlug een “ja, maar…” Ik had al wat bijeen geschreven, veel repertoire voor de muziekacademie, kamermuziek en notenleerlessen en vooral koormuziek. Maar schrijven voor samenzang betekent ook teksten schrijven, en schrijven voor strijkers als trompettist ligt zeker ook niet voor de hand. Na een goed persoonlijk gesprek met de directeur werd het concept echter wat duidelijker. Het thema voor de cantate werd gelinkt aan het thema van de dag van het DKO 2014, nl. “Kunst boven Water”, het strijkorkest zou uitgebreid worden met blazers en de deadline voor de compositie werd oktober.
En dan… begon het te kriebelen! Liedjesteksten schrijven had ik al lang niet meer gedaan, maar het leek me wel een enorme uitdaging, net als schrijven voor dat grote symfonisch orkest. Het thema water had ook zoveel mogelijkheden en verschillende uitvalshoeken dat de inspiratie niet lang zou uitblijven. En ja… op een ongedwongen manier ging er op een weinig waanzinnige woensdag een lichtje branden. Ik nam een blanco blad en zette in het midden en in drukletters het woord: “WATER”. In mijn hoofd begon het opeens te kolken en diverse woorden schoten me te binnen: drinkwater en dorst, rivieren en zeeën, watersnood in Afrika, tranen van verdriet, … En zo… begon het werk. Een eerste tekst kwam er al vlug rond watervrees en daarvoor moest ik gewoon maar eventjes terug gaan naar mijn kindertijd waar ik een panische angst had ontwikkeld voor de zwemles. Het verhaaltje ontpopte zich en ook de pointe diende zich aan en algauw kwam ook het melodietje de kop opsteken. Het was onmiddellijk een blijvertje want de ganse dag en helaas ook de nacht spookte het door mijn hoofd en dit was hét teken voor mij dat ik er iets mee aankon.
Van de verdere muzikale en technische uitwerking van Watervrees wil ik jullie behouden, maar neem van mij aan dat het een wankel evenwicht was tussen inspiratie en transpiratie. En voor je het weet… ben je met een volgende en weer een volgende tekst en melodie bezig en wordt het in je hoofd een rollercoaster van ideeën en mogelijke combinaties en orkestraties. Eigenlijk een superleuk gevoel waarbij je jezelf en de werkelijkheid overstijgt. En dat schrijven… ja dat begon eigenlijk al heel vroeg in mijn leven. Toen ik een jaar of elf was maakte ik de eerste tweestemmige stukjes om samen met mijn pa, trompet en tuba, op de familiefeestjes te spelen. Een arrangementje maken voor in de middernachtsmis met kerstavond of een stukje maken met de vrienden op school voor op de opendeurdag… Het kwam er zo maar en het blijft nog steeds komen. De creativiteit komt nog steeds boven water en of het dan “Kunst boven water” wordt, dat mag ieder van jullie zelf uitmaken op de uitvoering van mijn cantate op de dag van het DKO, 22 februari 2014 te Rumbeke. Ik kijk er alvast naar uit!